Energie voor Thuis

Zoveel zonnepanelen heb je nodig voor 5000 kWh

Voor een jaarlijks stroomverbruik van 5000 kWh hebben veel Nederlandse huishoudens een middelgrote tot grotere zonnepaneleninstallatie nodig. Hoeveel panelen dat precies zijn, hangt af van factoren zoals het vermogen per paneel, de ligging van het dak, schaduw en de kwaliteit van de installatie. Daarom kijk je beter niet alleen naar het aantal zonnepanelen, maar vooral naar het totale vermogen in Wp en de verwachte jaaropbrengst. Ook de beschikbare dakruimte speelt mee. Met een goed afgestemde installatie kunnen veel gezinnen een groot deel van hun jaarlijkse stroomverbruik zelf opwekken en beter inzicht krijgen in hun toekomstige energiekosten.

hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh

Hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh

Als je wilt weten hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh zijn, kom je meestal uit op een middelgrote tot grotere installatie. Voor Nederlandse woningen ligt het antwoord vaak binnen een duidelijke bandbreedte, al verschilt de precieze uitkomst per dak.

Niet alleen het aantal panelen telt. Ook het totale vermogen van de installatie is belangrijk. Moderne zonnepanelen leveren per stuk meer op dan oudere modellen. Daardoor kun je met minder panelen toch dezelfde hoeveelheid stroom opwekken.

Meestal 13 tot 16 zonnepanelen

Voor een jaarverbruik van 5000 kWh heb je meestal 13 tot 16 zonnepanelen nodig. Dat is een realistische richtlijn voor veel huishoudens in Nederland. Het precieze aantal hangt vooral af van het paneelvermogen en van de omstandigheden op je dak.

Kies je voor panelen van 400 Wp, dan zit je meestal wat hoger in die bandbreedte. Bij panelen van 450 of 465 Wp kom je vaak juist iets lager uit. Op een gunstig dak met weinig schaduw kan 13 of 14 panelen al voldoende zijn.

Heb je een dak op het oosten of westen, of valt er op bepaalde momenten schaduw van een boom of schoorsteen? Dan zijn 15 of 16 panelen vaak logischer. Je bouwt dan wat extra marge in, zodat de opbrengst over het hele jaar beter aansluit op je verbruik.

Denk ook vooruit. Als je later een elektrische auto wilt laden, een airco gebruikt of overstapt op een warmtepomp, stijgt je stroomverbruik vaak flink. In zo'n geval kan het verstandig zijn om nu al iets ruimer te plannen, zolang je dak dat toelaat.

Ongeveer 5000 tot 5800 Wp totaalvermogen

Wie berekent hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh zijn, komt meestal uit op een systeem van ongeveer 5000 tot 5800 Wp. Wp staat voor wattpiek: het maximale vermogen van een zonnepaneel onder ideale testomstandigheden.

In de praktijk ligt de werkelijke opbrengst lager of hoger, afhankelijk van je dak. Denk aan zoninstraling, temperatuur, schaduw en de richting van het dak. Daarom is Wp vooral handig als rekeneenheid om installaties met elkaar te vergelijken.

Voor veel Nederlandse daken geldt grofweg dat 1 Wp jaarlijks ongeveer 0,85 tot 1 kWh kan opleveren. Daardoor is een systeem van bijvoorbeeld 5400 of 5600 Wp vaak logisch als je rond de 5000 kWh per jaar wilt uitkomen.

Let bij offertes daarom niet alleen op het aantal panelen, maar vooral op deze punten:

  • Het totale Wp-vermogen van de installatie. Dat laat beter zien hoeveel capaciteit je systeem heeft dan alleen het aantal panelen. Veertien panelen kunnen namelijk samen 5600 Wp zijn, maar ook 6500 Wp, afhankelijk van het type paneel.
  • De verwachte opbrengst in kWh per jaar. Dit is de vertaling naar jouw praktijk. Die schatting houdt meestal rekening met dakrichting, hellingshoek, schaduw en systeemverliezen. Juist daarom is dit vaak de belangrijkste waarde op een offerte.
  • De beschikbare dakruimte. Hogere vermogens per paneel zijn vooral handig als je weinig plek hebt. Op een kleiner dak kun je dan toch voldoende opwek halen, zonder dat je elk vrij stukje dak hoeft vol te leggen.

Zo bereken je zonnepanelen voor 5000 kWh

Als je zelf wilt berekenen hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh zijn, kun je dat prima in een paar stappen doen. Je hoeft daarvoor geen technisch specialist te zijn. Met een logisch rekenmodel kom je al snel dicht in de buurt.

Begin altijd met je jaarverbruik. Daarna kijk je naar de opbrengst per paneel en reken je terug naar het benodigde totale vermogen. Vervolgens rond je het aantal panelen praktisch af, zodat het ook echt op je dak past.

Begin met je jaarverbruik

De eerste stap is simpel: kijk naar je echte jaarverbruik. Dat vind je op je energierekening of in de app van je energieleverancier. In dit geval ga je uit van 5000 kWh, maar het is slim om te controleren of dat cijfer nog wel actueel is.

Huishoudens verbruiken soms ongemerkt meer stroom dan een paar jaar geleden. Denk aan thuiswerken, elektrisch koken, een extra koelkast, airco of vaker wassen en drogen. Dan kan een oud verbruikscijfer een te rooskleurig beeld geven.

Kijk ook vooruit. Verwacht je binnenkort een laadpaal, een warmtepomp of een hybride verwarmingssysteem? Dan stijgt je stroomverbruik vaak flink. Wie nu op 5000 kWh zit, kan over een jaar zomaar op 6000 kWh uitkomen.

Stel jezelf daarom drie praktische vragen:

  • Wat is mijn werkelijke verbruik over 12 maanden? Kijk naar een volledig jaar en niet naar losse maanden. Zo neem je ook winterverbruik, zomerse airco en seizoensinvloeden mee in je berekening.
  • Verwacht ik extra stroomverbruik op korte termijn? Een elektrische auto of warmtepomp vraagt veel meer stroom dan veel mensen vooraf denken. Dat kan honderden tot duizenden kWh extra per jaar schelen.
  • Wil ik precies compenseren of liever wat marge? Sommige huishoudens willen strak op het huidige verbruik uitkomen. Anderen kiezen bewust wat extra capaciteit, zodat de installatie beter past bij toekomstige veranderingen.

Bepaal de opbrengst per paneel

De tweede stap is bepalen hoeveel één paneel ongeveer opbrengt. Dat hangt af van het vermogen in Wp, maar ook van de plek op het dak. Een paneel van 400 Wp levert op een gunstig dak meer op dan hetzelfde paneel op een dak met schaduw of een minder ideale richting.

In Nederland kan een paneel van 400 Wp op een goed dak grofweg 340 tot 400 kWh per jaar opwekken. Dat is geen harde garantie, maar wel een bruikbare praktijkinschatting. Hoe beter de omstandigheden, hoe dichter je bij de bovenkant van die bandbreedte komt.

Daarom is het belangrijk om niet blind naar de fabrieksgegevens te kijken. Die zijn gebaseerd op testomstandigheden, niet op jouw woning. Een schoorsteen, een boom of een afwijkende hellingshoek kan de werkelijke opbrengst flink beïnvloeden.

Vraag bij offertes daarom altijd naar de geschatte opbrengst per paneel of per systeem op jouw dak. Dan krijg je een realistischer beeld van wat je in de praktijk kunt verwachten.

Reken met totaal Wp

Daarna reken je van jaarverbruik terug naar het benodigde totale vermogen. Voor 5000 kWh is 5000 tot 5800 Wp vaak een logisch uitgangspunt. Op een gunstig zuiddak kun je vaak wat lager zitten. Bij schaduw of een minder gunstige ligging is wat extra vermogen verstandiger.

Een eenvoudige rekensom maakt dit concreet. Stel dat je mikpunt 5500 Wp is en je kiest voor panelen van 430 Wp. Dan deel je 5500 door 430. Je komt dan uit op ongeveer 12,8 panelen.

Omdat je geen deel van een zonnepaneel kunt plaatsen, rond je in de praktijk naar boven af. In dit voorbeeld kom je dus op 13 panelen uit. Zo kun je ook snel vergelijken wat er gebeurt bij panelen van 400, 450 of 465 Wp.

Deze manier van rekenen helpt vooral als je offertes wilt vergelijken. Je ziet dan meteen of een voorgestelde installatie logisch is voor jouw verbruik en dak.

Rond het aantal panelen praktisch af

De laatste stap is vaak de meest praktische. Op papier kom je misschien op 12,6 of 13,1 panelen uit, maar op een echt dak draait het om de legindeling. Soms passen 12 panelen perfect op één dakvlak, terwijl 13 panelen alleen kunnen met een minder gunstige opstelling.

Dat is belangrijk, want een mooi passende installatie presteert in de praktijk vaak beter dan een geforceerde indeling. Minder schaduw, kortere bekabeling en een logische plaatsing kunnen net zo belangrijk zijn als één extra paneel.

Houd bij het afronden daarom rekening met:

  • De breedte en hoogte van het dakvlak. Dakramen, dakkapellen en schoorstenen nemen vaak meer bruikbare ruimte weg dan je vooraf denkt. Daardoor kan één extra paneel ineens niet meer praktisch zijn.
  • De logische plaatsing van de panelen. Een strakke opstelling op één vlak is vaak eenvoudiger te monteren en later te onderhouden. Ook oogt het meestal rustiger dan een verspreide plaatsing over kleine reststukken dak.
  • Toekomstige uitbreidingsruimte. Als je later extra panelen of een thuisbatterij overweegt, is het slim om daar nu al rekening mee te houden. Dat voorkomt een onhandige of duurdere uitbreiding achteraf.

Aantal panelen per vermogen

Het aantal panelen hangt sterk samen met het vermogen per paneel. Hoe hoger het Wp, hoe minder stuks je meestal nodig hebt om 5000 kWh per jaar te halen. Dat is vooral handig als je dakruimte beperkt is.

Toch is meer Wp niet automatisch beter. Hogere vermogens zijn soms duurder, en grotere panelen passen niet op elk dak even goed. Daarom loont het om verschillende opties naast elkaar te leggen.

400 Wp panelen

Met 400 Wp panelen heb je voor 5000 kWh meestal 14 tot 15 zonnepanelen nodig. Reken je met een systeem van ongeveer 5600 Wp, dan kom je uit op 14 panelen. Op een minder gunstig dak is 15 panelen vaak een veiligere keuze.

Dit type paneel is voor veel huishoudens een prima middenweg. De techniek is volwassen, de opbrengst is netjes en de prijs ligt vaak redelijk in balans. Als je voldoende dakruimte hebt, kan dit een heel logische optie zijn.

Wel heb je meestal iets meer oppervlakte nodig dan bij panelen van 450 of 465 Wp. Op een ruime tussenwoning of vrijstaand huis hoeft dat geen probleem te zijn. Op een kleiner dak kan het net het verschil maken.

430 Wp panelen

Bij 430 Wp panelen kom je meestal uit op 13 tot 14 zonnepanelen. Met 13 panelen zit je al op 5590 Wp totaal. Voor veel Nederlandse daken is dat voldoende om rond de 5000 kWh per jaar op te wekken.

Dit vermogensniveau zie je vaak terug in recente offertes. Dat is niet zo vreemd. Het is een praktisch compromis tussen een hoog vermogen, gangbare afmetingen en een redelijk brede beschikbaarheid op de markt.

Voor veel gezinnen voelt dit als een mooie balans. Je hebt meestal niet overdreven veel panelen nodig, maar je hoeft ook niet direct naar de hoogste vermogensklasse te gaan. Daardoor past dit type vaak goed bij een doorsnee gezinswoning.

450 Wp panelen

Met 450 Wp panelen heb je meestal 12 tot 13 zonnepanelen nodig. Dertien panelen leveren samen 5850 Wp. Dat is een ruime configuratie, die goed past bij gezinnen die wat marge willen inbouwen of minder gunstige dakomstandigheden hebben.

Op een goed zuiddak zonder schaduw kunnen 12 panelen soms al genoeg zijn. Toch kiezen veel mensen liever voor 13 panelen, zodat de jaaropbrengst ook in minder zonnige jaren beter op peil blijft.

Deze vermogensklasse is vooral aantrekkelijk als je niet enorm veel dakruimte hebt. Je houdt de installatie compact, zonder dat je veel inlevert op totale opbrengst.

465 Wp panelen

Bij 465 Wp panelen kom je meestal uit op 12 tot 13 zonnepanelen. Met 12 panelen zit je al op 5580 Wp. Voor veel woningen is dat voldoende om een jaarverbruik van 5000 kWh goed te benaderen.

Dat maakt deze panelen interessant als je beperkte ruimte hebt, bijvoorbeeld door dakramen, een dakkapel of een smal dakvlak. Je haalt dan relatief veel vermogen uit een beperkt oppervlak.

Let wel op de afmetingen. Een hoger vermogen betekent niet automatisch een compacter paneel. Soms zijn deze panelen juist wat groter. Daardoor is het verstandig om altijd een legplan te laten maken, zodat je weet of de gekozen panelen echt goed passen.

Wat bepaalt of je meer of minder panelen nodig hebt

Twee huizen kunnen allebei 5000 kWh per jaar verbruiken, maar toch een ander aantal zonnepanelen nodig hebben. Dat komt doordat de opbrengst op het dak per woning verschilt. De omstandigheden op en rond je dak zijn dus minstens zo belangrijk als je verbruik.

Wie precies wil weten hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh zijn, moet daarom verder kijken dan alleen een rekensom. Juist de praktische factoren maken vaak het echte verschil.

Dakrichting

De dakrichting speelt een grote rol in de opbrengst. Een dak op het zuiden levert in Nederland meestal de hoogste opbrengst per paneel op. Daardoor heb je vaak minder panelen nodig dan op een dak op het oosten of westen.

Een oost-westopstelling kan nog steeds prima werken. De opbrengst per paneel ligt gemiddeld iets lager, maar de stroomproductie wordt wel beter over de dag verdeeld. Dat kan juist handig zijn als je vooral 's ochtends en later op de dag stroom gebruikt.

Een noorddak is meestal minder gunstig, al betekent dat niet automatisch dat zonnepanelen onmogelijk zijn. Je hebt dan vaak wel extra vermogen nodig om op dezelfde jaaropbrengst uit te komen.

Hellingshoek

Ook de hellingshoek heeft invloed. In Nederland ligt de ideale hoek voor zonnepanelen vaak ergens tussen 30 en 40 graden. Op zulke daken presteren panelen over het jaar meestal erg goed.

Bij een heel vlak of juist erg steil dak wijkt de opbrengst vaak wat af. Dat hoeft geen groot probleem te zijn, maar het is wel iets om mee te nemen in de berekening. Op een plat dak kun je met montagesystemen vaak een gunstige hoek creëren.

Voor gezinnen betekent dit vooral dat dezelfde panelen op twee verschillende dakvlakken toch een andere opbrengst kunnen geven. Daarom is de hellingshoek meer dan een technisch detail.

Schaduw

Schaduw lijkt soms een klein punt, maar kan een groot verschil maken. Een boom, schoorsteen, dakkapel of hoger gebouw kan op bepaalde momenten een deel van de panelen afdekken. Dat merk je direct in de opbrengst.

Vooral in de winter, als de zon lager staat, speelt schaduw vaak sterker dan veel mensen denken. Een stukje schaduw aan het eind van de middag lijkt misschien onbelangrijk, maar op jaarbasis kan dat toch behoorlijk aantikken.

Heb je schaduw op je dak, dan is het slim om dit goed te laten beoordelen. Soms is een iets andere opstelling al genoeg. In andere gevallen zijn optimizers of micro-omvormers nuttig om opbrengstverlies te beperken.

Paneelvermogen

Het paneelvermogen bepaalt hoeveel vermogen je per paneel op je dak legt. Hogere vermogens zijn vooral interessant als je weinig ruimte hebt. Je hebt dan minder panelen nodig om hetzelfde doel te halen.

Toch is het niet altijd de goedkoopste optie. Soms zijn panelen met iets lager vermogen per stuk voordeliger, terwijl ze samen alsnog een prima systeem vormen. Als je genoeg dakruimte hebt, kan dat financieel aantrekkelijk zijn.

De beste keuze hangt dus af van drie dingen: ruimte, prijs en verwachte opbrengst. Daarom is vergelijken altijd verstandig.

Omvormer en installatiekwaliteit

De omvormer is het hart van het systeem. Dit apparaat zet de opgewekte stroom om in bruikbare elektriciteit voor je woning. Een goed gekozen omvormer helpt om de opbrengst van je panelen zo goed mogelijk te benutten.

Ook de installatiekwaliteit telt zwaar mee. Denk aan een nette plaatsing, goede bekabeling, veilige montage en een logische systeemopbouw. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar juist hier zit vaak het verschil tussen een offerte die goedkoop oogt en een systeem dat jarenlang probleemloos draait.

Let bij het vergelijken van offertes op deze punten:

  • Het type omvormer. Een stringomvormer is vaak prima voor een eenvoudig, schaduwvrij dak. Heb je meerdere dakvlakken of gedeeltelijke schaduw, dan kunnen optimizers of micro-omvormers een logischer keuze zijn.
  • De verwachte systeemverliezen. Geen enkele installatie werkt zonder verlies. Denk aan omzetting, bekabeling en temperatuur. Hoe beter het systeem is ontworpen, hoe kleiner die verliezen meestal blijven.
  • De ervaring van de installateur. Een vakbekwame installateur ziet sneller waar schaduwproblemen, lastige dakdetails of veiligheidsrisico's zitten. Dat vertaalt zich vaak in een nettere installatie en een betrouwbaardere opbrengst.

Wat bepaalt of je meer of minder panelen nodig hebt

Wat kosten zonnepanelen voor 5000 kWh

Wie uitzoekt hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh zijn, wil meestal ook weten wat dat kost. Voor een installatie van ongeveer 13 tot 16 panelen gaat het om een serieuze investering, maar wel een die voor veel gezinnen goed te plannen is.

Als grove richtlijn ligt de prijs voor een complete installatie vaak tussen € 5.500 en € 8.500. Dat is geen vaste prijs. De werkelijke kosten hangen af van het aantal panelen, het merk, het type omvormer en de moeilijkheid van de montage.

Aantal panelen bepaalt veel

Het aantal panelen heeft veel invloed op de totaalprijs. Meer panelen betekent meer materiaal, meer bevestigingsmateriaal en vaak ook meer arbeid. Daardoor is een systeem met 16 panelen meestal duurder dan een systeem met 13 panelen.

Toch stijgt de prijs niet altijd één op één mee. Sommige kosten, zoals voorbereiding, transport en een deel van de installatie, blijven grotendeels gelijk. Daardoor kan een iets grotere installatie soms relatief gunstig zijn in prijs per Wp.

Kijk daarom niet alleen naar de eindprijs, maar ook naar wat je daarvoor krijgt. Een systeem dat iets duurder is, kan over de jaren meer opwekken en daardoor uiteindelijk beter uitpakken.

Omvormer telt mee

De keuze voor de omvormer heeft veel invloed op de prijs. Een standaard stringomvormer is vaak de voordeligste oplossing. Voor een eenvoudig dak zonder schaduw is dat ook vaak prima.

Heb je te maken met schaduw, meerdere dakrichtingen of een complexere legindeling? Dan kunnen optimizers of micro-omvormers de meerprijs waard zijn. Ze helpen om per paneel beter met verschillen in opbrengst om te gaan.

Dat maakt een advies geloofwaardiger als het goed wordt onderbouwd. Een installateur die uitlegt waarom een bepaald systeem beter past, is vaak waardevoller dan eentje die alleen de laagste prijs noemt.

Montage verschilt per dak

Niet elk dak is even eenvoudig te bewerken. Een recht, goed bereikbaar schuin dak zonder obstakels is sneller klaar dan een dak met meerdere vlakken, veel hoogteverschil of beperkte toegang.

Ook een plat dak vraagt een andere aanpak, met ballast of specifieke montagesystemen. Daarnaast kunnen steigerwerk, extra veiligheidsvoorzieningen of ingewikkelde kabelroutes de prijs verhogen.

Voor huiseigenaren is dat soms lastig te zien op een offerte. Toch verklaart het vaak waarom twee vergelijkbare systemen toch een duidelijk andere totaalprijs hebben.

Garantie en merk beïnvloeden de prijs

Duurdere panelen of omvormers zijn niet automatisch beter, maar merk en garantie zeggen wel degelijk iets. Bekendere merken bieden vaak langere productgaranties en duidelijkere voorwaarden. Dat geeft meer zekerheid bij een systeem dat je meestal voor tientallen jaren koopt.

Bij goedkopere merken is het slim om extra goed te kijken naar de garantievoorwaarden. Niet alleen de duur telt, maar ook wat er precies wordt gedekt. Geldt de garantie alleen op vermogen, of ook op materiaal en productiefouten?

Een nuchtere vergelijking helpt hier het meest. Let op garantie, service en prestaties, maar laat je niet alleen leiden door een bekende merknaam of juist een opvallend lage prijs.

Zo maak je een goede inschatting voor jouw woning

Een algemene richtlijn is handig, maar jouw woning bepaalt uiteindelijk wat een goede installatie is. Daarom loont het om eerst zelf een paar praktische dingen te checken. Zo kun je beter beoordelen of een offerte realistisch is.

Juist bij de vraag hoeveel zonnepanelen nodig voor 5000 kWh helpt een persoonlijke inschatting enorm. Met een paar eenvoudige stappen kom je al snel tot een veel bruikbaarder beeld.

Check je jaarverbruik

Begin met je stroomverbruik over de afgelopen 12 maanden. Kijk niet alleen naar een gemiddeld maandbedrag, maar naar de echte kWh op je jaarafrekening. Dat geeft een veel betrouwbaarder uitgangspunt.

Denk ook aan veranderingen die eraan komen. Een laadpaal, warmtepomp of extra thuiswerkplek kan je verbruik flink laten stijgen. Dan is het slim om daar nu al rekening mee te houden.

Meet je beschikbare dakruimte

Meet hoeveel bruikbare ruimte je op het dak hebt. Trek daarbij ruimte af voor dakramen, schoorstenen, ventilatiepijpen en randen. Zo voorkom je dat je uitgaat van een te optimistisch oppervlak.

Je hoeft daarvoor geen perfecte technische tekening te maken. Een simpele eerste inschatting geeft vaak al snel aan of 12, 14 of 16 panelen realistisch zijn.

Bekijk schaduw op je dak

Kijk goed of en wanneer er schaduw op je dak valt. Let niet alleen op een zonnige middag in de zomer, maar denk ook aan de winter. Dan staat de zon lager en worden schaduwen langer.

Een boom in de tuin, een hoge schoorsteen of een naastgelegen woning kan dan meer invloed hebben dan je op het eerste gezicht verwacht. Foto's op verschillende momenten van de dag kunnen helpen.

Vergelijk meerdere paneelvermogens

Vraag bij offertes niet alleen om één standaardvoorstel. Laat meerdere vermogens doorrekenen, bijvoorbeeld 400, 430, 450 en 465 Wp. Dan zie je beter wat het effect is op prijs, ruimte en opbrengst.

Soms blijkt een iets krachtiger paneel handiger omdat je dak beperkt is. In andere gevallen zijn meer panelen met een lager vermogen juist gunstiger geprijsd. Zo maak je een keuze die past bij jouw woning en budget.

Laat een dakscan maken

Een professionele dakscan geeft het meest complete beeld. Daarbij kijkt een specialist naar de ligging van het dak, de bruikbare ruimte, schaduw en de technische mogelijkheden van de installatie.

Dat is vooral nuttig als je dak uit meerdere vlakken bestaat of als je twijfelt tussen verschillende systemen. Wil je een beter beeld van wat technisch mogelijk is, laat dan een dakscan voor zonnepanelen maken voordat je beslist.

Conclusie

Voor een jaarlijks verbruik van 5000 kWh komen veel Nederlandse huishoudens inderdaad uit op ongeveer 13 tot 16 zonnepanelen, afhankelijk van het vermogen per paneel en de opbrengst van het dak. Daarmee zit je meestal rond de 5000 tot 5800 Wp aan totaal vermogen. Toch blijft iedere situatie anders. Factoren zoals dakrichting, hellingshoek, schaduw, type omvormer en toekomstig stroomverbruik maken een groot verschil in de uiteindelijke opbrengst. Daarom is het verstandig om niet alleen naar het aantal panelen te kijken, maar ook naar de kwaliteit van de installatie en hoeveel stroom je in de komende jaren verwacht te gebruiken.

FAQ

Hoeveel zonnepanelen bij 5000 kWh

Bij een jaarverbruik van 5000 kWh heb je meestal 13 tot 16 zonnepanelen nodig. Het exacte aantal hangt af van het paneelvermogen, de ligging van je dak en eventuele schaduw.Met panelen van 430 tot 465 Wp kom je vaak op 12 tot 14 panelen uit. Kies je voor 400 Wp panelen, dan zit je meestal eerder op 14 of 15 stuks. Kijk altijd ook naar de verwachte jaaropbrengst in plaats van alleen naar het aantal.

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor 4000 kWh

Voor 4000 kWh heb je meestal ongeveer 10 tot 13 zonnepanelen nodig. Het totale systeemvermogen ligt dan vaak rond 4200 tot 4800 Wp, afhankelijk van de omstandigheden op je dak.Op een gunstig zuiddak kan het aantal lager uitvallen. Heb je schaduw of een oost-westopstelling, dan is wat extra vermogen vaak verstandig om de gewenste opbrengst te halen.

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor 6000 kWh

Voor 6000 kWh heb je meestal ongeveer 15 tot 19 zonnepanelen nodig. Vaak kom je dan uit op een installatie van ongeveer 6000 tot 7000 Wp.Dat verbruiksniveau zie je steeds vaker bij gezinnen met een elektrische auto, warmtepomp of veel elektrisch huishoudelijk gebruik. Juist dan is het slim om niet alleen naar het huidige verbruik te kijken, maar ook naar wat je de komende jaren verwacht.