Energie voor Thuis

Hoeveel zonnepanelen passen op een omvormer

Hoeveel zonnepanelen op een omvormer passen, kun je niet betrouwbaar bepalen door alleen panelen te tellen. Een set van 10 moderne panelen kan meer vermogen leveren dan 12 oudere panelen. Daarom kijk je vooral naar het totale Wp-vermogen, het AC-vermogen van de omvormer, de spanning, de stroom en de manier waarop de panelen in strings worden aangesloten.

hoeveel zonnepanelen op een omvormer

Hoeveel zonnepanelen passen op een omvormer

Er bestaat geen vast maximum dat voor elke woning klopt. Een omvormer moet passen bij de panelen én bij het dak. Vooral bij schaduw, verschillende dakrichtingen of een uitbreiding van een bestaande installatie wordt de berekening snel specifieker.

Er is geen vast aantal

Een veelgehoorde vraag is hoeveel zonnepanelen op 1 omvormer kunnen. Het eerlijke antwoord: dat hangt af van de technische combinatie. Acht panelen van 455 Wp vragen iets anders dan acht panelen van 370 Wp.

Ook de ligging telt mee. Panelen op één zuidelijk dakvlak leveren vaker een hoge piek dan panelen die verdeeld liggen over oost en west. Daardoor kan dezelfde omvormer bij het ene dak prima passen en bij het andere dak te krap zijn.

Totaal Wp is leidend

Begin altijd met het totale vermogen van de panelen. Wp staat voor wattpiek: het maximale vermogen van een paneel onder testomstandigheden. De rekensom is eenvoudig:

  • 8 panelen van 430 Wp = 3.440 Wp;
  • 10 panelen van 430 Wp = 4.300 Wp;
  • 12 panelen van 440 Wp = 5.280 Wp;
  • 16 panelen van 435 Wp = 6.960 Wp.

Dat totale Wp-vermogen is het DC-vermogen aan de paneelzijde. De omvormer zelf heeft een AC-vermogen: het vermogen dat hij omzet naar bruikbare wisselstroom voor je woning en het net.

Omvormervermogen bepaalt de bandbreedte

Het omvormervermogen bepaalt hoeveel opgewekte stroom op een bepaald moment kan worden omgezet. Een omvormer mag vaak iets kleiner zijn dan het totale Wp-vermogen van de panelen, omdat zonnepanelen zelden lang hun maximale piek halen.

Een lichte overdimensionering aan de paneelzijde is dus normaal. Wordt het verschil te groot, dan gaat de omvormer op zonnige piekmomenten aftoppen. Dat hoeft bij een klein beetje verlies geen probleem te zijn, maar structureel veel aftopping wijst op een minder goede match.

Welke omvormer past bij jouw dak

Het juiste type omvormer hangt vooral af van de eenvoud of complexiteit van het dak. Een groot schaduwvrij dak vraagt meestal om een andere oplossing dan een dak met dakkapellen, bomen, verschillende hellingen of meerdere richtingen.

Stringomvormer bij een simpel dak

Een stringomvormer is vaak de meest logische en betaalbare keuze als alle panelen ongeveer dezelfde zoninstraling krijgen. Denk aan één groot dakvlak zonder terugkerende schaduw.

  • geschikt bij overzichtelijke dakvlakken;
  • meestal lagere aanschafkosten;
  • minder elektronica op het dak;
  • wel afhankelijk van een goede stringindeling.

Micro omvormers bij veel schaduw

Micro omvormers werken per paneel. Daardoor heeft een paneel met schaduw minder invloed op de rest van de installatie. Dat is vooral nuttig bij daken waar de omstandigheden per paneel sterk verschillen.

Ze zijn meestal duurder dan een standaard stringomvormer, maar kunnen bij lastige daken een betere keuze zijn. Denk aan schaduw die door de dag heen verschuift, kleine losse dakvlakken of panelen in meerdere richtingen.

Optimizers bij ongelijke dakvlakken

Optimizers zitten tussen een gewone stringoplossing en micro omvormers in. Ze worden per paneel geplaatst, maar werken samen met een centrale omvormer.

  • handig bij gedeeltelijke schaduw;
  • bruikbaar bij ongelijke dakvlakken;
  • meer inzicht in prestaties per paneel;
  • vaak duurder dan een gewone stringopstelling.

Ze zijn niet automatisch nodig bij elk dak. Op een simpel, schaduwvrij dak voegt een optimizer-systeem soms weinig toe.

Tweede omvormer bij uitbreiding

Bij een uitbreiding lijkt aansluiten op de bestaande omvormer aantrekkelijk. Toch is een tweede omvormer soms netter, vooral als de nieuwe panelen op een ander dakvlak komen of technisch anders zijn dan de oude panelen.

Een tweede omvormer voorkomt dat je oude en nieuwe panelen in een geforceerde string moet combineren. Dat kan de opbrengst, monitoring en storingsanalyse overzichtelijker maken.

Wat groep en fase betekenen voor je omvormer

De omvormer moet niet alleen bij het dak passen, maar ook bij de elektrische installatie in huis. Vooral het verschil tussen 1 fase en 3 fasen is belangrijk bij grotere systemen.

Kleine systemen vaak op 1 fase

Kleinere installaties worden vaak op 1 fase aangesloten. Dat zie je bijvoorbeeld bij veel systemen met 6 tot 10 panelen, afhankelijk van het totale vermogen en de aansluiting van de woning.

Een 1-fase omvormer is compact en meestal voordelig. Wel moet de groepenkast geschikt zijn en moet de teruglevering binnen de toegestane grenzen blijven.

Grotere systemen vaak op 3 fasen

Bij grotere systemen wordt een 3-fase omvormer vaak interessanter. Die verdeelt de stroom over drie fasen, waardoor de belasting gelijkmatiger wordt.

  • logisch bij hogere vermogens;
  • praktisch bij woningen met een 3-fase aansluiting;
  • vaak beter voorbereid op laadpaal of warmtepomp;
  • niet automatisch nodig bij elk systeem met veel panelen.

Groepenkast kan aanpassing vragen

Een passende omvormer is nog geen garantie dat de installatie direct aangesloten kan worden. De groepenkast moet ruimte hebben voor de juiste beveiliging en aansluiting.

Laat in ieder geval controleren of er een geschikte PV-groep mogelijk is, of de hoofdschakelaar klopt en of de kast nog voldoet voor het gewenste vermogen. Bij oudere meterkasten kan vervanging of uitbreiding nodig zijn.

Wat groep en fase betekenen voor je omvormer

Extra zonnepanelen op een bestaande omvormer

Extra panelen aansluiten op een bestaande omvormer kan soms prima, maar het is geen kwestie van zomaar een paar panelen erbij leggen. De vrije capaciteit, stringindeling en elektrische eigenschappen moeten opnieuw worden bekeken.

Controleer de vrije omvormerruimte

Kijk niet alleen naar het aantal vrije aansluitingen. Controleer ook hoeveel DC-vermogen al is aangesloten en of de omvormer nog binnen zijn spannings- en stroomgrenzen blijft.

  • Is er nog ruimte binnen het toegestane DC-vermogen?
  • Past het totaal nog logisch bij het AC-vermogen?
  • Is er een vrije MPPT of stringingang?
  • Blijft de maximale ingangsstroom binnen de specificaties?

Vergelijk oud en nieuw paneelvermogen

Nieuwe panelen hebben vaak meer vermogen dan panelen van een paar jaar geleden. Dat is gunstig, maar kan uitbreiden lastiger maken. Het verschil zit niet alleen in Wp, maar ook in spanning en stroom.

Panelen met sterk verschillende eigenschappen in dezelfde string zetten is vaak geen goed idee. De string werkt dan niet automatisch op het niveau van het beste paneel, waardoor de opbrengst kan tegenvallen.

Check de stringindeling opnieuw

Bij uitbreiding moet de bestaande stringindeling opnieuw worden beoordeeld. Wat goed werkte met 8 of 10 panelen, kan minder logisch worden zodra er panelen op een ander dakvlak bijkomen.

Vooral bij een nieuwe richting, andere hellingshoek of extra schaduw is een aparte MPPT, optimizer-oplossing of tweede omvormer soms verstandiger dan uitbreiden binnen de bestaande string.

Kies soms liever een tweede omvormer

Een tweede omvormer is vooral zinvol als de bestaande omvormer al vol zit of als oud en nieuw technisch slecht combineren. Je houdt de uitbreiding dan apart en hoeft minder compromissen te sluiten.

  • handig bij een ander dakvlak;
  • geschikt bij afwijkend paneelvermogen;
  • duidelijker bij monitoring en onderhoud;
  • vaak beter dan een uitbreiding die net buiten de ideale grenzen valt.

Conclusie

Hoeveel zonnepanelen op een omvormer passen, hangt vooral af van het totale Wp-vermogen, het AC-vermogen van de omvormer, de spanning en stroom per string, het aantal MPPT's en de ligging van het dak. Een klein verschil tussen paneelvermogen en omvormervermogen is normaal, maar te veel panelen op een te kleine of ongeschikte omvormer kan opbrengst kosten of technisch niet passen. Laat daarom niet alleen het aantal panelen, maar de hele combinatie controleren.

FAQ

Hoeveel zonnepanelen kunnen er op 1 omvormer

Dat verschilt per omvormer en paneeltype. Reken eerst het totale Wp-vermogen uit en controleer daarna of spanning, stroom, stringlengte en MPPT-indeling binnen de specificaties vallen.

Kan ik te veel zonnepanelen hebben voor mijn omvormer

Ja. Een beperkte overmaat is normaal, maar bij een te groot verschil gaat de omvormer vaker aftoppen. Ook kunnen de elektrische grenzen van de omvormer worden overschreden.

Wat als je te veel zonnepanelen plaatst

De omvormer kan dan niet alle piekopbrengst verwerken. Dat leidt tot aftopping en mogelijk een ongeschikte configuratie als spanning of stroom buiten de toegestane waarden komt.