De kabel van zonnepanelen naar de meterkast is meestal de AC-kabel vanaf de omvormer. Bij een korte binnenroute kom je vaak uit op YMVK van 3 x 2,5 mm² bij 1-fase of 5 x 2,5 mm² bij 3-fasen. Wordt de route langer, loopt de kabel buiten of is het omvormervermogen hoger, dan kan 4 mm² of 6 mm² nodig zijn. Laat de uiteindelijke keuze altijd controleren op belasting, aanlegwijze en spanningsverlies.

Welke kabel gebruik je naar de meterkast
Voor de verbinding naar de meterkast kijk je vooral naar het stuk tussen de omvormer en de groepenkast. De stroom is daar al omgezet naar wisselstroom. Dat is dus een ander traject dan de solar-kabels op het dak.
De juiste kabel hangt af van drie praktische dingen: ligt de kabel binnen of buiten, is de omvormer 1-fase of 3-fasen en hoe lang is de echte route naar de meterkast.
AC-kabel vanaf de omvormer
Vanaf de omvormer loopt een AC-kabel naar de meterkast. Die kabel moet passen bij de aansluiting van de omvormer en bij de groep waarop het systeem wordt aangesloten.
- Bij een 1-fase omvormer wordt meestal een 3-aderige kabel gebruikt: fase, nul en aarde.
- Bij een 3-fasen omvormer is meestal een 5-aderige kabel nodig: drie fasen, nul en aarde.
- Bij meer vermogen of een langere route wordt de kabeldikte belangrijker, omdat het spanningsverlies dan sneller oploopt.
Dit is ook het deel waar vaak verwarring over ontstaat. Wie vraagt naar de kabel tussen zonnepanelen en meterkast, bedoelt in de praktijk meestal niet de kabels op het dak, maar deze AC-verbinding.
YMVK-kabel voor binnen
Loopt de kabel binnendoor, dan is YMVK vaak een logische keuze. Deze kabel wordt veel gebruikt voor vaste installaties in woningen, bijvoorbeeld van zolder naar de meterkast via een schacht, koof of technische ruimte.
Veel voorkomende uitvoeringen zijn:
- 3 x 2,5 mm² voor korte 1-fase routes;
- 3 x 4 mm² bij meer afstand of vermogen op 1 fase;
- 5 x 2,5 mm² voor korte 3-fasen routes;
- 5 x 4 mm² of 5 x 6 mm² bij langere 3-fasen trajecten.
Een binnenroute moet wel echt geschikt zijn voor gewone binnenbekabeling. Een vochtige kruipruimte, buitenmuur of overgang naar een bijgebouw vraagt sneller om een andere oplossing.
Grondkabel voor buiten
Gaat de kabel buitenom of door de grond, dan is een kabel nodig die tegen die omstandigheden kan. In de praktijk wordt dan vaak een grondkabel gebruikt, bijvoorbeeld bij zonnepanelen op een schuur, garage of vrijstaand bijgebouw.
- Door de tuin of onder bestrating is extra bescherming nodig tegen vocht en mechanische belasting.
- Langs een buitengevel speelt blootstelling aan regen, kou, warmte en zon mee.
- Bij een overgang van buiten naar binnen moet de invoer netjes en veilig worden afgewerkt.
Bij ondergrondse aanleg gaat het niet alleen om de kabelsoort, maar ook om de manier van leggen. Diepte, bescherming en aansluiting moeten kloppen. Laat dit bij twijfel door een installateur beoordelen.

Verschil tussen DC-kabel en AC-kabel
Een zonnepanelensysteem heeft twee verschillende kabeltrajecten. De DC-kabels horen bij de panelen en de omvormer. De AC-kabel hoort bij de verbinding van de omvormer naar de meterkast.
| Kabel | Loopt van | Loopt naar | Stroomsoort |
|---|---|---|---|
| DC-kabel | Zonnepanelen | Omvormer | Gelijkstroom |
| AC-kabel | Omvormer | Meterkast | Wisselstroom |
DC-kabel loopt van panelen naar omvormer
De DC-kabels liggen aan de kant van de zonnepanelen. Ze voeren gelijkstroom van de panelen naar de omvormer. Omdat deze kabels vaak op of rond het dak liggen, moeten ze geschikt zijn voor solar-toepassingen en buitengebruik.
- Ze moeten geschikt zijn voor gelijkspanning.
- Ze moeten bestand zijn tegen uv, warmte, kou en vocht.
- De connectoren moeten goed passen en correct gemonteerd zijn.
Een gewone installatiekabel voor binnen is dus niet automatisch geschikt voor het DC-deel van een zonnepanelensysteem.
AC-kabel loopt van omvormer naar meterkast
De AC-kabel begint bij de omvormer. Vanaf daar gaat de opgewekte stroom als wisselstroom naar de groepenkast. Dit traject moet passen bij de elektrische installatie van de woning.
Voor dit stuk spelen vooral kabeltype, aderantal, kabeldikte en route mee. Een korte binnenroute is veel eenvoudiger dan een lange kabel naar een schuur of garage.
Beide kabels hebben een andere functie
DC- en AC-kabels zijn dus niet uitwisselbaar. Ze hebben een andere plek in het systeem en worden op een andere manier belast.
- DC-kabels horen bij het daktraject en de ingang van de omvormer.
- AC-kabels horen bij de uitgang van de omvormer en de meterkast.
- Bij de AC-kabel is spanningsverlies richting meterkast vaak een belangrijk aandachtspunt.
Door die scheiding duidelijk te houden, voorkom je dat je een kabel kiest die wel elektrisch lijkt te passen, maar niet geschikt is voor de toepassing.

Welke kabeldikte past bij zonnepanelen
De kabeldikte wordt niet alleen gekozen op basis van wat “meestal” wordt gebruikt. Je kijkt naar de stroom die door de kabel loopt, de lengte van het traject, het aantal fasen en het toegestane spanningsverlies.
Als grove richting geldt: 2,5 mm² past vaak bij korte routes, 4 mm² bij meer afstand of vermogen en 6 mm² bij lange trajecten. De exacte keuze blijft maatwerk.
3 x 2,5 mm² bij korte 1-fase routes
Bij een korte route met een 1-fase omvormer is 3 x 2,5 mm² vaak voldoende. Denk aan een omvormer op zolder met een vrij directe kabelroute naar de meterkast.
Deze maat past vooral bij situaties waarin:
- de afstand beperkt blijft;
- de kabel binnenshuis loopt;
- het omvormervermogen niet uitzonderlijk hoog is;
- het spanningsverlies binnen een acceptabele grens blijft.
Meet wel de echte kabelroute. Een afstand van enkele meters in rechte lijn kan via muren, vloeren en bochten flink langer worden.
5 x 2,5 mm² bij korte 3-fasen routes
Bij een korte 3-fasen route wordt vaak 5 x 2,5 mm² gebruikt. De kabel heeft dan aders voor drie fasen, een nul en een aarde.
Omdat het vermogen over drie fasen wordt verdeeld, is de stroom per fase lager dan bij een vergelijkbaar 1-fase systeem. Daardoor kan 2,5 mm² bij een korte route prima passen.
Wordt de afstand groter of is het systeem zwaarder, dan kan een dikkere 5-aderige kabel nodig zijn, zoals 5 x 4 mm² of 5 x 6 mm².
4 mm² bij meer afstand of vermogen
4 mm² komt in beeld wanneer 2,5 mm² weinig marge geeft. Dat kan gebeuren bij een langere binnenroute, een krachtigere omvormer of een woning waar de netspanning al aan de hoge kant is.
- De kabelweerstand is lager dan bij 2,5 mm².
- Het spanningsverlies wordt kleiner.
- De omvormer heeft minder snel last van spanningsoploop aan de AC-zijde.
4 mm² is daardoor vaak een praktische middenweg: niet overdreven zwaar, maar wel met meer ruimte dan de standaardmaat.
6 mm² bij lange kabelroutes
Bij lange routes wordt 6 mm² sneller interessant. Dat zie je bijvoorbeeld bij een omvormer in een schuur, garage, tuinkantoor of ander bijgebouw.
Een dikkere kabel kan dan helpen om spanningsverlies en spanningsoploop te beperken. Dat is vooral belangrijk op zonnige momenten, wanneer de omvormer veel vermogen teruglevert.
| Situatie | Vaak gebruikte richting |
|---|---|
| Korte 1-fase binnenroute | 3 x 2,5 mm² |
| Korte 3-fasen binnenroute | 5 x 2,5 mm² |
| Meer afstand of hoger vermogen | 4 mm² |
| Lange route naar bijgebouw | 6 mm² kan nodig zijn |
Gebruik dit niet als harde norm. De aanlegwijze, beveiliging en berekening moeten ook kloppen.

Waarom kabellengte zo belangrijk is
Hoe langer de kabel, hoe meer weerstand. Bij teruglevering zorgt die weerstand voor spanningsverlies en spanningsoploop. Een kabel die bij 5 meter prima werkt, kan bij 25 meter te dun zijn.
Daarom is de lengte van de route net zo belangrijk als het vermogen van de omvormer.
Meer lengte geeft meer spanningsverlies
Elke meter kabel telt mee. Vooral bij langere trajecten kan het verschil tussen 2,5 mm², 4 mm² en 6 mm² merkbaar worden.
- Een rechte afstand op de plattegrond is meestal te optimistisch.
- Bochten, doorvoeren en omwegen maken de route langer.
- Bij piekvermogen is het verlies het grootst.
Noteer daarom niet alleen waar de omvormer hangt, maar ook hoe de kabel werkelijk naar de meterkast loopt.
Te dunne kabel kan uitval geven
Een te dunne of te lange AC-kabel kan ervoor zorgen dat de spanning bij de omvormer te hoog oploopt. De omvormer kan dan tijdelijk afschakelen om binnen de toegestane grenzen te blijven.
Dat voelt soms als een defecte omvormer, terwijl de oorzaak ook in de kabelroute kan zitten. Je merkt het vooral op zonnige dagen met veel teruglevering.
- Je mist opbrengst tijdens piekmomenten.
- De installatie schakelt onrustiger.
- Een dikkere kabel kan de spanningsoploop beperken.
De kabeldikte is dus niet alleen een veiligheidskeuze, maar ook een keuze voor stabiele werking.

Conclusie
Voor de kabel van zonnepanelen naar de meterkast gaat het meestal om de AC-kabel tussen omvormer en groepenkast. Bij een korte binnenroute is YMVK van 3 x 2,5 mm² voor 1-fase of 5 x 2,5 mm² voor 3-fasen vaak een logische basis. Bij meer afstand, hoger vermogen of kans op spanningsverlies kom je eerder uit op 4 mm² of 6 mm². Loopt de kabel buiten of door de grond, kies dan een kabel die daarvoor geschikt is. De beste keuze volgt uit de echte route, het omvormervermogen en een controle op spanningsverlies.