Energie voor Thuis

Kabel van zonnepanelen naar de meterkast kiezen

Wie zonnepanelen laat plaatsen, krijgt vroeg of laat dezelfde vraag: welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast is eigenlijk de juiste? Het lijkt een detail, maar de kabel tussen omvormer en meterkast heeft veel invloed op veiligheid, rendement en storingsvrij werken.Een te dunne kabel kan onnodig spanningsverlies geven. Een verkeerd kabeltype kan op termijn minder geschikt zijn voor vocht, buitengebruik of langere routes. Daarom is het slim om niet alleen naar de prijs te kijken, maar ook naar het vermogen van de omvormer, de lengte van de route en het type aansluiting.

welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast

Welke kabel gebruik je naar de meterkast

Welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast geschikt is, hangt vooral af van het traject tussen de omvormer en de groepenkast. Dat is de AC-zijde van de installatie. Op dat punt is de zonnestroom al omgezet naar bruikbare wisselstroom voor je woning en het elektriciteitsnet.

Voor veel Nederlandse huizen is dit de kabel waar de meeste twijfel over bestaat. Loopt de kabel binnendoor, dan kom je vaak uit bij YMVK. Loopt hij buiten of door de grond, dan is een grondkabel vaak logischer. Niet alleen de dikte telt dus mee, maar ook de plek waar de kabel ligt.

AC-kabel vanaf de omvormer

Welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast je nodig hebt, gaat in de praktijk meestal over de AC-kabel vanaf de omvormer. De omvormer zet de gelijkstroom van de panelen om naar wisselstroom. Daarna loopt die stroom via deze kabel naar de meterkast.

Bij het kiezen van deze kabel spelen meerdere punten mee:

  • Aantal fasen: een 1-fase omvormer gebruikt meestal een 3-aderige kabel. Een 3-fasen omvormer heeft doorgaans een 5-aderige kabel nodig. Dat verschil bepaalt direct welke kabelopbouw past bij jouw installatie en meterkast.
  • Vermogen van de omvormer: hoe hoger het vermogen, hoe groter de kans dat een dikkere kabel nodig is. Bij een klein systeem en een korte route is 2,5 mm² vaak voldoende. Bij meer vermogen of meer afstand is 4 mm² of 6 mm² soms slimmer.
  • Ligging van de kabel: een kabel in een droge technische ruimte stelt andere eisen dan een kabel langs een buitenmuur of door een tuin. Je kiest dus niet alleen een kabeldikte, maar ook een kabeltype dat bij de omgeving past.

Veel mensen zoeken op welke kabel tussen zonnepanelen en meterkast, maar bedoelen in feite deze verbinding tussen omvormer en groepenkast. Dat is logisch, want juist hier moet de kabel veilig, netjes en efficiënt worden aangelegd.

YMVK-kabel voor binnen

Voor een binnenroute is YMVK-kabel vaak de meest gebruikte keuze. Deze kabel is bedoeld voor vaste installaties in woningen en andere gebouwen. Denk aan een traject van zolder naar de meterkast, via een technische schacht, koof of berging.

Waarom wordt YMVK zo vaak gebruikt?

  • Geschikt voor vaste montage binnen: YMVK is gemaakt voor permanente installatie. Daardoor past hij goed bij een traject dat jarenlang op dezelfde plek blijft liggen, zoals van een omvormer op zolder naar de groepenkast beneden.
  • Stevige beschermmantel: de kabel heeft een robuuste buitenlaag. Die biedt bescherming tijdens montage en in normaal dagelijks gebruik. Dat maakt hem betrouwbaarder dan lichtere snoeren die niet voor vaste installatie bedoeld zijn.
  • Veel voorkomende maten beschikbaar: YMVK is makkelijk te krijgen in populaire uitvoeringen zoals 3 x 2,5 mm², 3 x 4 mm² en 5 x 2,5 mm². Daardoor is er voor veel 1-fase en 3-fasen systemen een passende variant.

Toch is "binnen" niet altijd hetzelfde als "veilig droog en beschermd". In een vochtige kruipruimte of een route langs een open buitenmuur is een andere kabel soms beter. Kijk dus altijd naar de werkelijke omstandigheden van het traject.

Grondkabel voor buiten

Loopt de kabel buiten of ondergronds, dan is een grondkabel vaak de betere keuze. Zo'n kabel is gemaakt voor zwaardere omstandigheden, zoals vocht, temperatuurschommelingen en druk van buitenaf. Dat maakt hem geschikter voor een route naar een schuur, garage of aanbouw.

Wanneer is een grondkabel meestal logisch?

  • Bij zonnepanelen op een schuur of garage: staat de omvormer in een bijgebouw en de meterkast in huis, dan moet de stroom vaak via een buitenroute terug. Een standaard binnenkabel is daar meestal niet de beste oplossing voor.
  • Bij een traject door de tuin: loopt de kabel onder bestrating, gras of aarde, dan krijgt hij te maken met vocht en mogelijk ook met druk van bovenaf. Een grondkabel is daar beter tegen bestand.
  • Bij een kabel langs een buitengevel: ook zonder ondergrondse aanleg kan een buitenroute extra bescherming vragen. Regen, kou, zon en temperatuurwisselingen zorgen voor meer belasting dan in een droge binnenruimte.

Bij buitengebruik telt niet alleen de kabel zelf. Ook de aanleg is belangrijk. Denk aan de juiste diepte, bescherming waar nodig en een nette overgang naar binnen. Vooral bij een langer buitentraject is het verstandig om de kabelkeuze goed te laten beoordelen.

Welke kabel gebruik je naar de meterkast

Verschil tussen DC-kabel en AC-kabel

Welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast je nodig hebt, wordt vaak verward met de kabels op het dak. Dat is begrijpelijk, maar er is een duidelijk verschil tussen DC- en AC-bekabeling. Beide horen bij een zonnepanelensysteem, maar ze hebben een andere taak.

Kort gezegd loopt de DC-kabel van de panelen naar de omvormer. De AC-kabel loopt van de omvormer naar de meterkast. Als je dat onderscheid goed begrijpt, wordt het veel makkelijker om de juiste kabelsoort en kabeldikte te kiezen.

DC-kabel loopt van panelen naar omvormer

De DC-kabel loopt van de zonnepanelen naar de omvormer. Hier gaat het om gelijkstroom, dus de stroom die direct uit de panelen komt. Deze kabels liggen vaak op of rond het dak en moeten geschikt zijn voor buitentoepassing.

Belangrijke kenmerken van DC-kabels zijn:

  • Geschikt voor hogere gelijkspanning: zonnepanelen werken met gelijkspanning. Daarom moeten deze kabels en connectoren geschikt zijn voor solar-toepassingen. Een gewone installatiekabel uit huis is daarvoor niet bedoeld.
  • Bestand tegen zon en weer: omdat DC-kabels vaak buiten liggen, moeten ze goed omgaan met uv-straling, regen, hitte en kou. Op een dak kunnen de omstandigheden namelijk flink zwaarder zijn dan binnen.
  • Specifieke aansluitingen: aan de DC-zijde worden vaak speciale solar connectoren gebruikt. Een nette en correcte montage is hier belangrijk om overgangsweerstand en warmteontwikkeling te voorkomen.

Als mensen vragen welke dikte kabel heb ik nodig voor zonnepanelen, bedoelen ze soms deze kabel. In de praktijk gaat de vraag bij woningen echter veel vaker over de kabel van de omvormer naar de meterkast.

AC-kabel loopt van omvormer naar meterkast

De AC-kabel loopt van de omvormer naar de meterkast. Dit is het deel van de installatie waar de zonnestroom al is omgezet naar wisselstroom. Vanaf dat moment sluit het systeem aan op de elektrische installatie van je woning.

Deze kabel is anders dan de DC-kabel om meerdere redenen:

  • Hij maakt deel uit van de huisinstallatie: de AC-kabel komt uit bij de groepenkast en werkt samen met beveiligingen, groepen en aardlekvoorzieningen. Daarom moet deze bekabeling passen bij hoe jouw woning elektrisch is opgebouwd.
  • Spanningsverlies speelt hier sterk mee: vooral bij langere routes kan een te dunne kabel problemen geven. Dat kan leiden tot minder efficiënte werking of zelfs tijdelijke uitschakeling van de omvormer.
  • Andere kabeltypen zijn gebruikelijk: binnen zie je vaak YMVK, buiten of ondergronds eerder een grondkabel. De zoekterm AC-kabel zonnepanelen gaat meestal over dit traject.

Wie zoekt op welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast bedoelt dus meestal deze AC-verbinding tussen omvormer en groepenkast.

Beide kabels hebben een andere functie

DC- en AC-kabels lijken allebei gewoon elektrische kabels, maar in de praktijk doen ze iets anders. Daardoor verschillen ook de eisen aan materiaal, montage en gebruiksomgeving. Het is dus belangrijk om deze twee niet op één hoop te gooien.

Een simpel overzicht maakt dat duidelijk:

  • DC-kabel: loopt van het paneel naar de omvormer. Deze kabel verwerkt de gelijkstroom die direct door de panelen wordt opgewekt. Hij moet geschikt zijn voor gebruik op of rond het dak.
  • AC-kabel: loopt van de omvormer naar de meterkast. Hier gaat het om wisselstroom die het huis in gaat of wordt teruggeleverd aan het net. De lengte van deze kabel is vaak bepalend voor spanningsverlies.
  • Fouten hebben andere gevolgen: een verkeerde DC-kabel kan problemen geven bij buitentoepassing of connectoren. Een verkeerde AC-kabel leidt eerder tot onnodig verlies, minder opbrengst of uitval van de omvormer.

Voor een veilige en goed werkende installatie moet elk deel dus zijn eigen geschikte kabel hebben. Dat voorkomt misverstanden en bespaart later vaak gedoe.

Verschil tussen DC-kabel en AC-kabel

Welke kabeldikte past bij zonnepanelen

Welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast de juiste is, hangt niet alleen af van het kabeltype. De dikte van de kabel is minstens zo belangrijk. Daarbij kijk je vooral naar stroomsterkte, afstand, faseaansluiting en het gewenste spanningsverlies.

In veel woningen zijn er een paar praktische vuistregels. Bij korte routes is 2,5 mm² vaak voldoende. Wordt het traject langer of het vermogen hoger, dan kom je al snel uit op 4 mm² of 6 mm². Het doel is niet alleen veiligheid, maar ook een installatie die netjes blijft presteren.

3 x 2,5 mm² bij korte 1-fase routes

Bij een korte route met een 1-fase omvormer is 3 x 2,5 mm² vaak een logische keuze. Dat zie je veel in rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen, waar de omvormer op zolder hangt en de meterkast niet ver weg is.

Wanneer is dit vaak passend?

  • Bij een korte route binnenshuis: als de kabel via een vrij direct traject naar beneden loopt, blijft het spanningsverlies meestal beperkt. In zo'n situatie is 2,5 mm² vaak voldoende voor een normale huishoudelijke installatie.
  • Bij een kleiner of gemiddeld omvormervermogen: voor een bescheiden systeem met een 1-fase aansluiting hoeft de kabel niet altijd zwaarder te zijn. Zeker niet als de route compact is en de netspanning normaal blijft.
  • Bij standaard montage met YMVK: deze combinatie zie je veel in de praktijk. Hij is goed verkrijgbaar, prettig te verwerken en voor veel huizen technisch prima geschikt.

Toch is dit geen vaste regel voor elk huis. Een route die op papier kort lijkt, kan in werkelijkheid langer uitvallen. Meet dus altijd het echte traject en ga niet uit van een snelle schatting.

5 x 2,5 mm² bij korte 3-fasen routes

Bij een korte route met een 3-fasen omvormer is 5 x 2,5 mm² vaak een gebruikelijke maat. Deze kabel heeft genoeg aders voor drie fasen, een nul en een aarde. Vooral in nieuwere woningen kom je deze oplossing vaak tegen.

Waarom is dit vaak een goede keuze?

  • Belasting wordt verdeeld over drie fasen: daardoor blijft de stroom per fase lager dan bij een 1-fase systeem met vergelijkbaar totaalvermogen. Dat maakt 2,5 mm² bij een korte route vaak prima bruikbaar.
  • Geschikt voor moderne woningen: veel nieuwere huizen hebben al een 3-fasenaansluiting. Bij zo'n situatie past 5 x 2,5 mm² vaak goed, bijvoorbeeld van een technische ruimte naar de groepenkast.
  • Praktische standaardmaat: installateurs gebruiken deze maat regelmatig omdat hij gangbaar is en in veel woonhuizen goed toepasbaar blijft, zolang de route niet te lang wordt.

Wordt de afstand groter of is het omvormervermogen fors, dan kan 5 x 4 mm² of zelfs 5 x 6 mm² beter zijn. Ook hier geldt dus: de route maakt een groot verschil.

4 mm² bij meer afstand of vermogen

4 mm² is vaak de volgende stap als 2,5 mm² net te licht wordt. Voor veel gezinnen is dit een mooie middenweg. Je kiest hiermee wat extra marge, zonder direct naar de zwaarste kabel uit te wijken.

Wanneer is 4 mm² vaak logisch?

  • Bij een langere route in huis: denk aan een omvormer op zolder, een kabel door een schacht en daarna nog een stuk naar de meterkast beneden. De totale lengte loopt dan sneller op dan je vooraf denkt.
  • Bij een krachtigere omvormer: hoe meer vermogen er door de kabel gaat, hoe belangrijker het wordt om de weerstand beperkt te houden. Een dikkere kabel helpt dan om spanningsverlies te verminderen.
  • Bij buurten met hogere netspanning: als de spanning in de straat al aan de hoge kant is, kan een wat dikkere kabel helpen om onnodige afschakeling van de omvormer te voorkomen.

Twijfel je wanneer kies je 4 mm² of 6 mm² voor zonnepanelen? Dan zit je vaak precies in deze categorie: geen extreem lange route, maar ook niet meer de simpele standaardsituatie.

6 mm² bij lange kabelroutes

Bij langere trajecten komt 6 mm² in beeld. Dat zie je bijvoorbeeld als zonnepanelen op een schuur liggen, of als de omvormer ver van de meterkast hangt. Een dikkere kabel helpt dan om spanningsverlies binnen de perken te houden.

Situaties waarin 6 mm² vaak verstandig is:

  • Bij een route naar een bijgebouw: staat de omvormer in een schuur, garage of tuinkantoor, dan loopt de kabel vaak via buiten of ondergronds naar de woning. Dat zorgt al snel voor flink meer meters.
  • Bij een grote woning met lange verticale route: ook binnenshuis kan de afstand oplopen, bijvoorbeeld van een technische ruimte op zolder naar de meterkast op de begane grond, met meerdere bochten en omwegen.
  • Bij focus op stabiele opbrengst: een dikkere kabel beperkt niet alleen verlies, maar kan ook helpen om storingen of omvormeruitval bij hoge spanning te verminderen.

6 mm² is zeker niet standaard voor elk huis. Maar bij langere routes is het vaak een verstandige keuze, juist omdat de meerprijs van de kabel meestal kleiner is dan het gedoe van een minder goed passende oplossing.

Welke kabeldikte past bij zonnepanelen

Waarom kabellengte zo belangrijk is

Welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast goed past, hangt sterk samen met de lengte van het traject. Kabellengte lijkt misschien een detail, maar elektrisch gezien maakt het veel uit. Hoe langer de kabel, hoe groter de weerstand. En hoe groter de weerstand, hoe meer spanningsverlies.

Dat spanningsverlies zie je niet direct zoals een kapot apparaat, maar het kan wel invloed hebben op het rendement van je zonnepanelen. Zeker bij veel zon, een hoger omvormervermogen of een langere route telt elke meter mee.

Meer lengte geeft meer spanningsverlies

Elke meter kabel voegt weerstand toe. Dat is precies waarom een korte kabelroute veel minder kritisch is dan een lange. Twee identieke omvormers kunnen daardoor toch een andere kabeldikte nodig hebben, puur door de afstand tot de meterkast.

Praktisch betekent dat:

  • Een langere route geeft meer verlies: een kabel van 5 meter gedraagt zich heel anders dan een kabel van 20 meter of meer. Bij dezelfde belasting kan het spanningsverlies dan snel oplopen.
  • Piekmomenten zijn het belangrijkst: rond het middaguur leveren zonnepanelen vaak het meeste vermogen. Juist dan is het zonde als een deel van die opbrengst verloren gaat in een te dunne kabel.
  • De echte route is vaak langer dan gedacht: een traject loopt niet in een rechte lijn. Je hebt bochten, omwegen, opgaande delen en extra lengte nodig voor aansluiting. Daardoor valt de werkelijke afstand vaak hoger uit.

Daarom is het slim om niet te gokken. Meet de route echt op of laat dat doen. Dat geeft een veel betrouwbaarder uitgangspunt voor de juiste kabelkeuze.

Te dunne kabel kan uitval geven

Een te dunne kabel zorgt niet alleen voor wat extra verlies. In sommige situaties kan hij er ook voor zorgen dat de omvormer tijdelijk stopt met terugleveren. Dat gebeurt vooral als de spanning te hoog oploopt tijdens zonnige uren.

Waarom dat vervelend is:

  • Je mist opbrengst: als de omvormer uitschakelt, leveren je panelen op dat moment geen stroom terug. Dat merk je misschien niet meteen op de dag zelf, maar over een seizoen kan het optellen.
  • Het lijkt soms op een storing: huiseigenaren denken dan snel aan een defecte omvormer, terwijl de oorzaak soms simpelweg in de kabeldikte of de lengte van het traject zit.
  • De installatie werkt minder stabiel: een systeem dat vaak op- en afschakelt, voelt niet betrouwbaar. Een goed gekozen kabel helpt om de werking rustiger en constanter te houden.

Vraag je je af welke dikte kabel heb ik nodig voor zonnepanelen? Neem dan altijd de lengte mee in de afweging. Zonder die informatie blijft het antwoord eigenlijk half.

Waarom kabellengte zo belangrijk is

Zo bepaal je de juiste kabel voor jouw installatie

Welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast het beste past, bepaal je het liefst op basis van een paar duidelijke gegevens. Je hoeft daarvoor geen specialist te zijn. Als je weet hoe je huis is aangesloten, waar de omvormer hangt en hoe lang de route ongeveer is, kom je al een heel eind.

Voor gezinnen die offertes vergelijken is dit extra handig. De ene installateur adviseert misschien 2,5 mm², terwijl een ander 4 mm² noemt. Door de basis goed te begrijpen, kun je beter beoordelen welke keuze logisch is.

Controleer 1-fase of 3-fasen

Begin met de vraag of jouw installatie op 1 fase of 3 fasen werkt. Dat bepaalt namelijk hoeveel aders nodig zijn en welke kabelopbouw gebruikelijk is. Zonder deze stap kun je eigenlijk nog geen goede kabel kiezen.

Waar kun je op letten?

  • Kijk naar je meterkast: in oudere huizen is 1 fase nog vrij normaal. Nieuwere woningen hebben vaker een 3-fasenaansluiting, zeker als er ook een inductiekookplaat of laadpaal aanwezig is.
  • Check het type omvormer: grotere omvormers worden vaak op 3 fasen aangesloten. Dat verdeelt de belasting beter over het net en is in veel gevallen gunstiger.
  • De kabel volgt de aansluiting: bij 1 fase zie je vaak 3 x 2,5 mm² of 3 x 4 mm². Bij 3 fasen zijn 5 x 2,5 mm² of 5 x 4 mm² gebruikelijker.

Vraag dus niet alleen welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast, maar ook: op hoeveel fasen draait mijn systeem eigenlijk?

Meet de echte kabelroute

Een veelgemaakte fout is uitgaan van de rechte afstand tussen omvormer en meterkast. In de praktijk is de echte kabelroute bijna altijd langer. De kabel moet immers langs veilige montagepunten, door vloeren of schachten en soms ook buitenom.

Let bij het meten op het volgende:

  • Volg de werkelijke weg van de kabel: loop van de omvormer naar de meterkast en noteer elke stap. Denk aan zolder, trapkast, kruipruimte, bijkeuken of buitenmuur.
  • Houd rekening met extra lengte: voor bochten, nette invoer en aansluitruimte is vaak wat reserve nodig. Een route van 12 meter wordt in de praktijk dan al snel 14 of 15 meter.
  • Vergeet buitenstukken niet: bij een garage, schuur of aanbouw kan de buitenroute een groot deel van de totale lengte uitmaken. Dat heeft veel invloed op de keuze voor 4 mm² of 6 mm².

Juist dit is vaak het verschil tussen een kabel die "waarschijnlijk wel goed is" en een kabel die echt passend is voor jouw situatie.

Kijk naar het omvormervermogen

Het vermogen van de omvormer bepaalt hoeveel stroom de kabel moet verwerken. Hoe hoger het vermogen, hoe belangrijker een juiste kabeldikte wordt. Een kleine omvormer stelt nu eenmaal minder eisen dan een groter systeem dat op zonnige dagen lang op hoog vermogen draait.

In de praktijk betekent dat:

  • Meer vermogen vraagt meer aandacht: een hogere stroom door dezelfde kabel zorgt voor meer spanningsverlies. Daarom wordt kabeldikte belangrijker naarmate het systeem krachtiger is.
  • Piekbelasting telt mee: de kabel moet niet alleen gemiddeld voldoen, maar ook op de beste zonnige momenten. Dan draait de installatie immers op haar hoogste opbrengst.
  • Denk vooruit: verwacht je later extra panelen of een andere omvormer, dan kan een iets ruimere kabel slim zijn. Dat voorkomt extra werk en kosten als je later wilt uitbreiden.

Bij de vraag welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast hoort dus altijd ook het vermogen van de omvormer.

Laat spanningsverlies berekenen

De meest betrouwbare stap is het laten maken van een spanningsverliesberekening. Daarmee voorkom je dat de kabelkeuze alleen op gevoel of standaardgewoonte wordt gebaseerd. Voor eenvoudige situaties is een vuistregel soms genoeg, maar bij twijfel geeft een berekening veel meer zekerheid.

Waarom dit nuttig is:

  • Je krijgt een onderbouwd advies: in plaats van "dit doen we altijd zo" krijg je een keuze die past bij jouw route, vermogen en aansluiting.
  • Je voorkomt onnodig verlies: een goed berekende kabel helpt om de opbrengst van je systeem zo stabiel mogelijk te houden, vooral op zonnige dagen.
  • Het is extra waardevol bij lastige routes: bij een schuur, een lange buitenkabel of een zwaardere omvormer is een berekening eigenlijk gewoon verstandig.

Zo weet je zeker dat welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast niet alleen theoretisch klopt, maar ook praktisch goed uitpakt in jouw woning.

Zo bepaal je de juiste kabel voor jouw installatie

Conclusie

De vraag welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast heeft geen standaardantwoord dat voor elk huis geldt. De juiste keuze hangt af van het aantal fasen, het vermogen van de omvormer, de lengte van de route en de plek waar de kabel komt te liggen. Voor korte routes is 2,5 mm² vaak genoeg. Bij meer afstand of meer vermogen kom je sneller uit op 4 mm² of 6 mm².Ook het verschil tussen DC- en AC-kabels is belangrijk. Wie zoekt op welke kabel voor zonnepanelen naar meterkast bedoelt meestal de AC-kabel tussen omvormer en meterkast. Binnen is YMVK vaak passend. Buiten of ondergronds is een grondkabel meestal logischer. Laat bij twijfel altijd het spanningsverlies berekenen. Dat geeft de meeste zekerheid voor een veilige en goed presterende installatie.

FAQ

Welke kabel tussen zonnepanelen en meterkast

Meestal bedoelen mensen de AC-kabel tussen omvormer en meterkast. Voor binnen wordt vaak YMVK gebruikt. Voor buiten of in de grond is een grondkabel meestal geschikter. Welke maat nodig is, hangt af van de lengte van de route, het vermogen van de omvormer en of je een 1-fase of 3-fasen systeem hebt.

Welke dikte kabel heb ik nodig voor zonnepanelen

Dat hangt vooral af van afstand, vermogen, faseaansluiting en spanningsverlies. Bij korte routes is 2,5 mm² vaak voldoende. Bij langere routes of hogere belasting is 4 mm² vaak een logischere keuze. Bij echt lange trajecten komt 6 mm² regelmatig in beeld, bijvoorbeeld tussen woning en schuur.

Wanneer kies je 4 mm² of 6 mm² voor zonnepanelen

4 mm² kies je vaak als 2,5 mm² net te licht is door extra afstand of een krachtigere omvormer. 6 mm² is vooral interessant bij lange kabelroutes of wanneer je spanningsverlies zo laag mogelijk wilt houden. Denk bijvoorbeeld aan een omvormer in een bijgebouw of een lang traject door meerdere bouwlagen.

Welke kabel heb je nodig voor zonnepanelen buiten

Voor buitengebruik is meestal een grondkabel of een andere kabel geschikt voor buitenomstandigheden nodig. Dat geldt vooral als de kabel door de tuin loopt, onder bestrating ligt of langs een buitenmuur wordt gemonteerd. Zo'n kabel is beter bestand tegen vocht, temperatuurverschillen en zwaardere belasting dan een gewone binnenkabel.